Nieuws hart- en vaatziekten

Meer kans op hart- en vaatziekten na trauma en bij PTSS

Psychologische stress is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Vrouwen hebben meer kans op hart- en vaatziekten na trauma en bij PTSS.

 

Vrouwen hebben na een traumatische ervaring vaker hartinfarcten of beroertes (CVA) vóór hun 60e levensjaar. Wanneer er bovendien sprake is van 4 of meer symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), is het risico nog hoger. Bij PTSS wordt dit verhoogde risico voor ongeveer de helft verklaard door ongunstige leefstijlfactoren. PTSS gaat vaak samen met roken, overgewicht en een inactieve leefstijl.

Dat blijkt uit een analyse van gegevens uit de tweede 'Nurses health study' van Columbia University Mailman School of Public Health. Jennifer Sumner en collega’s stuurden ruim 50.000 deelneemsters –leeftijd toentertijd 44-60 jaar– vragenlijsten over doorgemaakte trauma’s en symptomen van PTSS

Bron: Esther van Osselen. Meer kans op hart- en vaatziekten na trauma en bij PTSS. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:C2677

 

Dotteren riskanter dan hartoperatie

Uit onderzoek onder 1.800 patiënten van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam blijkt dat een bypassoperatie veiliger is dan dotteren voor patiënten met ernstige afwijkingen aan de kransslagaders. Tot dusver is dotteren de meest uitgevoerde behandeling bij hartpatiënten, maar de kans dat zij na die ingreep overlijden blijkt groter dan bij openhartoperaties.

Jaarlijks worden in Nederland 8.000 bypassoperaties uitgevoerd, terwijl elk jaar zeker 38.000 patiënten worden gedotterd, vooral als het gaat om minder complexe vernauwingen. Voor patiënten de ernstige verstoppingen hebben of vernauwingen op meerdere plekken, is de kans op sterfte na een ingrijpende bypassoperatie kleiner dan na een relatief eenvoudige dotteringreep. Ook krijgen patiënten na een operatie minder vaak een nieuwe vernauwing of een hartinfarct. Van de patiënten die een operatie hadden ondergaan, overleed 5,3% binnen vijf jaar aan een hartinfarct. Bij de mensen die gedotterd waren, was dat 9%.

Bij een dotterbehandeling wordt de vernauwing in de kransslagader opgeheven door een ballonnetje in de aderen op te blazen en door eventueel een steunwand te plaatsen, een zogeheten ‘stent’. Een bypassoperatie (of openhartoperatie) plaatst de chirurg een stukje ader (uit bijvoorbeeld het been van de patiënt) om één of meerdere vernauwingen in de kransslagader, waarna het bloed via deze route stroomt. Het is een veel ingrijpender behandeling. Toch spreken de cijfers in ene groot deel van de gevallen in het voordeel.

Bron: Algemeen Dagblad, 25-02-2013



Rookverbod leidt tot sterke daling aantal hartaanvallen

Wettelijke maatregelen om het roken in publieke ruimtes te beperken, hebben positieve gevolgen voor de volksgezondheid, blijkt uit onderzoek dat verscheen in het tijdschrift Circulation.

Kort na het instellen van een rookverbod daalt het aantal ziekenhuisopnamen door een hartinfarct (hartaanval) of een beroerte met gemiddeld 15 procent. Dat is ene spectaculaire daling. Het aantal opnamen vanwege ademhalingsproblemen (zoals astma) gaat zelfs met een kwart omlaag. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers die 45 onderzoeken naar de gevolgen van een rookverbod in 33 landen hebben bekeken. Het grootste effect werd bereikt met een breed rookverbod, dat zowel de werkplek als uitgaansgelegenheden omvat. De onderzoekers waarschuwen tegen uitzonderingen.

Dat het rookverbod, door de Britse Hartstichting beschreven als "het belangrijkste gezondheidsinitiatief van deze eeuw" zo'n grote invloed heeft, komt doordat een groter aantal mensen is gestopt met roken en dat anderen veel minder sterk dan vroeger worden blootgesteld aan de gevolgen van passief roken in besloten ruimtes. Onderzoek heeft al aangegeven dat iemand die een jaar is gestopt met roken, half zoveel kans maakt op een hartaanval dan een roker.

Bron: ND, 30-10-2012

Hartaanval zorgt voor verhoogde kans depressie, angst of zelfdoding bij partner

Uit een Deense studie blijkt dat de partners van mensen die een acute hartaanval hebben doorgemaakt, een drie keer grotere kans hebben op angststoornissen, depressie of zelfmoordneigingen, dan partners van mensen met andere gezondheidsproblemen. Het risico op psychische aandoeningen was aanwezig ongeacht of de getroffen partner was overleden of het hartinfarct had overleefd. Mannen lopen meer kans dan vrouwen om een depressie te ontwikkelen na een hartaanval van hun echtgenote. 


Lees hier verder.

Bron: Fosbøl EL. Eur Heart J. 2012;doi:10.1093/eurheartj/ehs242. 23 augustus 2012.

Dikke kinderen hebben sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten

Uit een studie van sociale geneeskunde van VUmc (Vrije Universiteit medisch centrum) uitgevoerd onder Nederlandse kinderartsen, blijkt dat maar liefst tweederde van de kinderen met ernstige obesitas één of meer risicofactoren heeft voor hart- en vaatziekten, zelfs jonge kinderen tussen de twee en twaalf jaar. Ernstige of morbide obesitas bij kinderen is vergelijkbaar met een volwassene met een BMI > 35 kg/m2.

De studie wijst uit dat verhoogde bloeddruk de meest frequente (56%) risicofactor voor hart- en vaatziekten bij dikke kinderen is. Verder heeft de helft van de kinderen een hoog cholesterolgehalte in het bloed. Bij één op de zeven werd een verhoogde bloedsuiker gevonden en 0,7% had al 'ouderdomssuikerziekte'. Opvallend was dat ook de jongste kinderen (van twaalf jaar en jonger) in 62% van alle gevallen risicofactoren voor hart- en vaatziekten hadden.

Het hoge percentage dikke kinderen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten onderstreept het belang van preventie van overgewicht en het toepassen van richtlijnen voor zo vroeg mogelijk begeleiden en behandelen van kinderen met overgewicht. Zo kan de latere kans op hart- en vaatziekten worden verminderd.

De studie is uitgevoerd onder Nederlandse kinderartsen die zijn aangesloten bij het Nederlands Signalerings Centrum Kindergeneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. De kinderartsen hebben bij alle kinderen met ernstige obesitas die de polikliniek van 2005 tot 2007 bezochten, geïnventariseerd of zij risicofactoren voor hart - en vaatziekten hadden.

De studie is gepubliceerd in het vooraanstaande Engelse kindergeneeskundig tijdschrift Archives of Disease in Childhood.

Bron: persbericht VUmc, 25 juli 2012 (Arch Dis Child doi:10.1136/archdischild-2012-301877)



Depressie na hartaanval verhoogt de kans op nieuwe hartklachten

Na een hartinfarct krijgt ongeveer een op de vijf patiënten klachten van depressieve aard. Deze patiënten lopen meer dan twee maal zoveel risico om nieuwe hartproblemen te krijgen dan hartinfarctpatiënten die niet depressief worden. Pogingen de depressieve symptomen bij deze patiënten te verminderen, hebben nauwelijks resultaat. Ook de hartklachten nemen niet af door depressiebehandeling.

UMCG-promovendus Marij Zuidersma bracht de samenhang tussen depressie en hartklachten nader in kaart. Ze stelt vast dat patiënten bij wie een depressiebehandeling niet aanslaat een verhoogd risico hebben op nieuwe hartproblemen. Hetzelfde geldt voor patiënten bij wie de depressieve symptomen na het hartinfarct toenemen en patiënten bij wie de depressie gedomineerd wordt door symptomen van vermoeidheid en uitputting. Dat de kans op nieuwe hartproblemen in de groep depressieve patiënten zo groot is, komt voor minstens een derde doordat patiënten met depressieve symptomen een ernstiger hartziekte hebben. Maar ook therapieontrouw zou een rol kunnen spelen, suggereert Zuidersma. Zo is bekend dat depressieve hartinfarctpatiënten minder vaak deelnemen aan hartrevalidatie en er een ongezondere leefstijl op nahouden dan hartinfarctpatiënten zonder depressie.

Bron: persbericht UMCG, 12 oktober 2011.